REISPOTTEN
Volg ons avontuur aan de andere kant van de wereld!
‘If I can do it on drugs, you can do it too!’

Maandag tot en met donderdag hielpen we Theo & Doug (van Workaway) met klusjes in en rondom het huis. Maar op vrijdag was het eindelijk weer roadtrip time! Met frisse tegenzin van Ilse, reden we eerst naar een museum. En omdat we stiekem de modder zo misten, wandelden we op zondag onze meest modderige wandeling ooit.
Gewapend met een strijkijzer (Elisabeth) en een bladblazer (Ilse) trapten we onze week af. De dag erna mochten we allebei los met een hoge drukspuit om de geasfalteerde oprit voor het huis schoon te spuiten. Ook maakten we diezelfde dag een mooie wandeling langs een rivier genaamd de Kerikeri Track.
Urupukapuka
Op stevig aanraden van Theo & Doug maakten we woensdag een dagtripje naar Urupukapuka Island. De regio waar we verbleven heet namelijk The Bay of Islands. Daarom vonden ze een bezoekje aan een van de 144 eilanden wel een must. Uiteraard hadden wij tussen het klusjes doen door ook wel zin in een uitstapje dus we namen hun advies ter harte.
Na het ontbijt vertrokken we met Tofu naar Paihia, het dorpje waar de veerboot naar Urupukapuka vertrekt. Na een boottochtje van driekwartier, arriveerden we op het grootste eiland van de Bay of Islands. Fun fact: Ilse noemde het de kleinste veerboot waar ze ooit mee heeft gevaren.
Alleen per boot kun je Urupukapuka bezoeken. Het eiland is ook volledig auto-vrij. Verder vind je er één horecatent en een kajakverhuurbedrijfje. Ondanks dat we kajakken ook heel leuk vinden, besloten we het voor nu even bij wandelen te houden. Vergeleken met de andere eilanden in the Bay of Islands, staat Urupukapuka namelijk bekend als het wandeleiland.
Op het eiland kun je dan ook meerdere wandelroutes volgen. Wij kozen ervoor om een aantal routes te combineren en zo het eiland te verkennen. Uiteindelijk liepen we daardoor bijna de hele dag als schaapjes over het gras. Gelukkig kwamen we ook langs een strand vol prachtige schelpen.
Alleen jammer dat de eilandbewoners zo schuw waren. Zodra we hun kant opkwamen, liepen ze weg 🐑 Maar goed dat de veerboot ons om 17:45 weer kwam ophalen.


We moeten door
Na anderhalve week bij Theo & Doug, vonden we het tijd om weer door te gaan. Anders wordt deze reisblog wel erg saai (grapje). We zijn heel blij dat onze eerste ervaring via Workaway zo goed is bevallen en dat proeft zeker naar meer. Alleen nu hebben we zin om weer op avontoer te gaan met Tofu. Zoals elke ochtend wakker worden op een nieuwe plek in de natuur, love it!
Onze hosts vonden het duidelijk jammer dat we ‘zo snel’ vertrokken. Context: soms verbleven backpackers maandenlang bij hen. Gelukkig hoefden ze niet lang te treuren, want op onze een na laatste dag arriveerde er alweer een nieuwe Workawayer: Maelys. Natuurlijk komt ze uit Frankrijk (ja, echt) en ze is van plan een maand te blijven.
We vertelden haar dat het ons opvalt hoeveel Fransen we tegenkomen in Nieuw-Zeeland. Ze had dezelfde observatie en was hier ook niet blij mee. Ze wilt graag meer Engels praten om haar Engels te verbeteren. Maar omdat ze steeds Fransen tegenkomt, blijft ze Frans praten.
Theo vertelde dat een paar dagen na ons vertrek, er nog een Franse Workawayer aankomt. Arme Maelys.
Waitangi Treaty Grounds
Na het afscheid van Theo & Doug en de dieren, reden we een stukje zuidelijk naar Waitangi. Dit is een klein plaatsje vlak naast Paihia (waar we eerder de veerboot namen). In Waitangi is in 1840 een belangrijk verdrag getekend. Daarom kun je op deze historische plek nu een museum over deze geschiedenis bezoeken.
Het verdrag van Waitangi houdt het volgende in:
‘Na het tekenen van dit verdrag werd Nieuw-Zeeland een zelfstandige Britse kolonie en waren er afspraken over de verdeling van het land. De Maori gaven koningin Victoria (en dus het Britse rijk) het exclusieve recht om land te kopen in ruil voor privileges. De Maori kregen vervolgens garantie van het Britse Rijk over het bezit van hun land, wouden en wateren. De Maori dachten dat heel Nieuw-Zeeland aan hen toebehoorde, maar de Britten bepaalden dat dit alleen gold voor de gebieden die al door de Maori bewerkt of bebouwd werden. Dit misverstand kon ontstaan doordat er twee verschillende versies van het verdrag bestonden, één in het Engels en één in het Maori. Tot op de dag van vandaag zijn hier nog meningsverschillen over.’
Een rondleiding en een culturele ervaring zat bij het museumkaartje inbegrepen. Dat wilde Elisabeth meemaken. Hoewel Ilse niet stond te springen om mee te gaan, steunde ze Elisabeth gelukkig in haar museumambities. Achteraf noemde Ilse het museumbezoek zelfs interessant.


Dukes Nose
Na een nacht op een Holiday Park in Paihia, reden we zaterdag door naar het noorden van Northland. Onze volgende stop was een campsite bij de start van de Wairaksu Stream Track; ook wel de Dukes Nose Track genoemd. De campsite waar we Tofu parkeerden, was niets meer dan een grasveldje. De enige faciliteiten waren een kraan, een picknicktafel en een compost-toilet. Hiervoor lieten we een briefje van twintig dollar achter in de ‘honesty box’.


De volgende ochtend begonnen we om 10:00 met de wandeling. De hike van elf kilometer zou volgens internet zo’n vijf tot zes uur duren. De route was heen en terug, helaas geen rondje. De omgeving van de wandeling was prachtig en tropisch. Alleen qua pad was het een ramp. Dit was echt de meest modderige wandeling ooit.
Hierdoor gedroeg Elisabeth zich in het begin nog wat panisch. Dit was namelijk de eerste lange wandeling met haar nieuwe wandelschoenen. Uiteindelijk had ze het schoonhouden van haar schoenen toch toch maar opgegeven. Toen kwam dat kraantje bij de campsite kwam na de wandeling nog goed van pas.


Iets voor 14:00 uur kwamen we aan bij het eindpunt van de Dukes Nose. Het laatste stukje klim maakte het nog spannend of we samen de top zouden bereiken. Ilse voelde zich namelijk niet comfortabel de rots op te klimmen. En met klimmen bedoelen we ook bijna echt klimmen. Het laatste stuk van Dukes Nose bestond namelijk uit het (bijna) verticaal omhoog klimmen op een rots. Je had als houvast alleen een ijzeren stang. Ilse durfde niet en gaf Elisabeth de taak om bovenaan foto’s te maken.
Terwijl Ilse beneden bleef en ergens nog een overgebleven restje moed in zich zocht, gingen vier Amerikaanse meiden de klim aan. Een van hen vond het ook ontzettend spannend. En net als Ilse, was zij ook niet de langste. Daardoor had zij ook moeite met het eerste deel van de klim. Ze probeerde Ilse te motiveren het toch te proberen: ‘I just took mushrooms. So if I can do it on drugs, you can do it too!’
Dit was blijkbaar de motivatie die Ilse nodig had. Direct hierna klom Ilse achter de meiden aan naar boven. Ondertussen was Elisabeth alweer onderweg om naar beneden te klimmen, want zonder Ilse was het op de top lang niet zo gezellig. Verrast en dolblij was Elisabeth dan ook toen Ilse ineens voor haar neus (of nee, eigenlijk die van Duke) stond ❤️


Maar lang op de top bleven we niet, want we hadden nog een flinke weg terug te lopen. Door (onder andere) de modder duurde de wandeling toch iets langer dan we dachten. Gelukkig kwamen we nog voor het donker terug bij Tofu. Na deze lawa (lees: lange wandeling), besloten we nog maar een nachtje op dezelfde campsite te blijven.
Na het schoon boenen van onze wandelschoenen en onszelf, maakten we onze all time favo comfortfood: kimchi noedels! Veel meer over deze avond is er niet te melden, want om 20:30 ging bij ons het lampje uit.
Liefs,
Ilse & Elisabeth

Top Meiden ,
Wat een geweldige leuke, leerzame , spannende en mooie reis maken jullie , we genieten van jullie verslag .
Groetjes uit Breukelen ,
Nicolette en Abdi .🤗🍀
Hey wat leuk om van jullie te horen! Groetjes terug 😘